Lessen voor beginners

Een eendraadschema leren opstellen

Een eendraadschema ziet er de eerste keer uit als een wirwar van lijntjes, letters en cijfers. Toch volgt het een vaste logica: van de meter naar het verdeelbord, en van daar kring per kring naar elk lichtpunt en elk stopcontact. In tien korte lessen leert u volgens die logica zelf een eendraadschema opstellen. U hebt geen voorkennis nodig. Samen tekenen we in 1draad één woning, van de eerste kring tot het plan voor de keuring.

Twee plannen, één installatie

Na deze les weet u welke twee plannen u opstelt, wat erop hoort en hoe een schema is opgebouwd.

Een elektrische installatie in België wordt beschreven met twee tekeningen die bij elkaar horen. Samen vormen ze het plan dat de keurder bij de keuring naast de installatie legt, en dat daarna bij het elektrisch dossier van de woning blijft. Het plan moet de installatie tonen zoals ze werkelijk is uitgevoerd.

  • Het eendraadschema toont hoe alles verbonden is: welke beveiliging welke kring voedt, welke leiding er loopt en welke schakelaars, lampen en stopcontacten erop zitten. Het zegt niets over de plaats in de woning.
  • Het situatieplan toont waar alles zit: een plattegrond per verdieping met daarop dezelfde symbolen.

De naam “eendraad” komt van de belangrijkste afspraak: één lijn stelt de volledige leiding voor, ook al lopen er in werkelijkheid drie, vier of vijf geleiders naast elkaar. Hoeveel het er zijn en hoe dik ze zijn, schrijft u in een code naast de lijn.

Hoe een schema is opgebouwd

U tekent het schema van de voeding naar de verbruikers. Onderaan komt de voeding binnen: de aansluiting van de netbeheerder met de kWh-meter. Daarna volgt het verdeelbord, een lange horizontale lijn. Van op die lijn vertrekken de kringen naar boven, elk met een eigen hoofdletter. Elke kring bouwt u van onder naar boven op: eerst de beveiliging, dan de leiding, dan de schakelaars en verbruikers.

Hieronder ziet u waar we naartoe werken: het volledige schema van de voorbeeldwoning, een woning met een gelijkvloers en een verdieping. In de volgende lessen tekent u het zelf, stuk voor stuk.

Het afgewerkte eendraadschema van de voorbeeldwoning in 1draad: onderaan de kWh-meter, de hoofdschakelaar van 300 mA en de aarding; op het verdeelbord de kookplaat A en de oven B, differentieel C van 30 mA met de verlichting D en E en de stopcontacten F, en differentieel G van 30 mA met de kringen H tot K.
Het eindresultaat van deze lessenreeks, getekend in 1draad. Klik om te vergroten.
kWh

De aansluiting: meter, hoofdschakelaar van 300 mA en aarding. U tekent ze in les 3.

A–B

Twee kringen rechtstreeks op het bord: de kookplaat en de oven. Dat is les 4.

C

Een differentieel van 30 mA met een eigen rail: de verlichting (D, E) en de stopcontacten (F). Dat is les 5.

G

Een tweede differentieel van 30 mA: wasmachine, droogkast, vaatwasser en badkamer (H tot K).

Tekent u een bestaande woning? De voorbeeldwoning volgt de regels voor een nieuwe installatie, zoals ze sinds 1 juni 2023 in het AREI staan. Uw installatie kan er anders uitzien, zeker als ze ouder is. Dat is geen probleem: u tekent altijd wat er werkelijk zit. In les 5 ziet u hoe een oudere installatie er vaak uitziet.

open uw tekenblad

  1. Open een nieuw tekenblad. 1draad opent op het tabblad Eendraadschema.
  2. Links staat de symbolenbibliotheek, Componenten toevoegen, gegroepeerd per soort. Rechts staat het tekenblad.
  3. Het situatieplan heeft een eigen tabblad, Situatieplan. Daar komt u in les 9.

Werkt u zonder account, dan bewaart 1draad uw tekening tijdelijk in uw browser. Met een gratis account wordt alles automatisch online bewaard.

Handleiding: Rondleiding door 1draad → Bekijk eerst een voorbeeldschema →

Kringen indelen of opsporen

Na deze les weet u welke kringen u tekent: voor een nieuwe woning maakt u een kringindeling, voor een bestaande woning spoort u de kringen op. Dat is het werk dat vóór het tekenen komt.

Een kring (ook stroomkring of stroombaan) is alles wat achter één automaat (in de volksmond ook “zekering”) hangt: de leiding, de schakelaars, de lampen en de stopcontacten. Wie meteen begint te tekenen, moet achteraf vaak herschikken. Zoek daarom eerst uit welke kringen er zijn. Hoe u dat doet, hangt af van de woning.

Een nieuwe woning indelen

Ga kamer per kamer na wat er komt: lichtpunten met hun bediening, stopcontacten en vaste toestellen. Verdeel die daarna over kringen volgens deze regels:

  • Stopcontacten: hoogstens acht stopcontacten per kring. Een dubbel of driedubbel stopcontact telt als één.
  • Verlichting: in een woning met meer dan twee kamers verplicht over minstens twee kringen, zodat niet het hele huis donker valt als één automaat uitschakelt. Een indeling per verdieping is eenvoudig en duidelijk.
  • Zware vaste toestellen: de kookplaat, de oven, de wasmachine, de droogkast en de vaatwasser krijgen elk een eigen kring, net als elk ander vast toestel van 2600 W of meer.
  • Achter 30 mA: de badkamer, de wasmachine, de droogkast en de vaatwasser, en sinds 1 juni 2023 ook de verlichting en de gewone stopcontacten. Per differentieel van 30 mA hoogstens acht kringen. Vaste toestellen zoals de kookplaat en de oven mogen rechtstreeks achter de 300 mA (les 5).

Een bestaande woning: de kringen opsporen

In een bestaande woning ligt de indeling al vast. U zoekt ze op, vanuit het verdeelbord:

  1. Noteer het bord. Schrijf elk differentieel en elke automaat (of smeltveiligheid) op in de volgorde waarin ze in het bord zitten, met wat erop staat. In les 4 en 5 leest u waar u dat vindt. Een bestaand opschrift naast de automaten is een handig begin, maar controleer het.
  2. Schakel één automaat uit en loop door de woning: welke lampen branden niet meer, welke stopcontacten hebben geen spanning? Een lampje of een stopcontacttester maakt dat snel duidelijk. Noteer alles per kamer.
  3. Zet hem terug aan en herhaal voor de volgende automaat. Zo krijgt elke automaat zijn lijst punten: dat is één kring.
  4. Doe hetzelfde met elk differentieel, om te zien welke automaten erachter zitten.

Bedien daarbij alleen de schakelaars in het bord; open geen bord, doos of stopcontact. Wat u niet kunt zien, zoals de doorsnede van een leiding die in de muur zit, vraagt u na bij een installateur.

De indeling van de voorbeeldwoning

Zo ziet de indeling van onze voorbeeldwoning eruit, een nieuwe installatie. De letters A tot K deelt 1draad straks zelf uit, volgens de plaats van elke kring op het bord. en zijn de twee differentiëlen van 30 mA: ook zij krijgen een letter.

Kring Bestemming Wat erop komt Hangt achter
Kookplaat de kookplaat in de keuken 300 mA
Oven de oven in de keuken 300 mA
Verlichting gelijkvloers woonkamer (2 lampen, 1 schakelaar), traplamp (schakelaar beneden en boven) 30 mA (C)
Verlichting verdieping slaapkamer (3 bedieningsplaatsen), gang 30 mA (C)
Stopcontacten 5 stopcontactgroepen in de woonkamer, waarvan 2 dubbel 30 mA (C)
– Wasmachine, droogkast, vaatwasser elk toestel een eigen kring 30 mA (G)
Badkamer lamp met waterbestendige schakelaar, stopcontact 30 mA (G)
Tip: in een echte woning komen er meestal meer stopcontactkringen bij, bijvoorbeeld voor de keuken en de slaapkamers. De voorbeeldwoning houden we bewust klein, zodat elk onderdeel maar één keer terugkomt.

de kringen en hun namen

Uw indeling wordt in 1draad zichtbaar in het tabblad Kringen: een lijst van alle kringen met hun letter, hun aantal punten en hun naam. U vult de namen in terwijl u tekent (les 6), en kunt ze daar op elk moment nalezen.

Het tabblad Kringen met de kringen A tot K, hun aantal subkringen en hun namen, zoals Kookplaat, Verlichting gelijkvloers en Stopcontacten. C en G, de differentiëlen, hebben geen naam.
De kringindeling van de voorbeeldwoning, zoals ze straks in het tabblad Kringen staat.
Handleiding: Het tabblad Kringen →

De aansluiting tekenen

Na deze les staat het begin van elk schema op uw tekenblad: meter, hoofdschakelaar, verdeelbord en aarding.

Onderaan elk schema staat de aansluiting. Ze bestaat uit vier onderdelen:

  • De kWh-meter, een rechthoekje met “kWh”. Hij meet hoeveel energie de woning verbruikt en is eigendom van de netbeheerder.
  • De hoofdschakelaar, in een woning meestal een differentieelschakelaar van 300 mA. Daarmee zet u de hele installatie in één keer spanningsloos. Op het toestel zelf staat die waarde vaak in ampère: IΔn 0,3 A is hetzelfde als 300 mA.
  • Het verdeelbord: de horizontale lijn waarop straks alle kringen vertrekken.
  • De aarding, links onder het bord. De twee dwarsstreepjes zijn de aardingsonderbreker, waarmee de keurder de aarding kan loskoppelen om ze te meten. De drie korter wordende strepen zijn de aardelektrode in de grond.
De aansluiting op het schema: de aarding met aardingsonderbreker, de kWh-meter en de hoofdschakelaar met opschrift Type A, 300 mA, 3000, 2P - 40A.
De aansluiting van de voorbeeldwoning.
Een tweepolige differentieelschakelaar. Omcirkeld: het opschrift 40 A / IΔn 0,3 A, de blauwe testknop T en het symbool voor type A.
Zo ziet een hoofdschakelaar van 300 mA eruit: “40 A / IΔn 0,3 A”.

Welke aansluiting tekent u?

Het soort aansluiting bepaalt hoeveel draden er binnenkomen, en daarmee meestal ook hoeveel polen de hoofdschakelaar heeft. Dat schrijft u op het schema als 2P, 3P of 4P. De tabel geeft de gewone gevallen. Tekent u een bestaande installatie, neem dan over wat er op de hoofdschakelaar zelf staat: soms zit er bijvoorbeeld een vierpolig toestel op een driefasige aansluiting zonder nulgeleider, aangesloten volgens het schema van de fabrikant.

Aansluiting Voedingsdraden Meestal Waar u ze vindt
230 V eenfasig 1 fase + nulgeleider 2P De meeste woningen, zoals de voorbeeldwoning.
230 V eenfasig op een 3 × 230 V-net 2 fasen, geen nulgeleider 2P Oudere netten, in een deel van het land.
3 × 230 V 3 fasen, geen nulgeleider 3P Driefasig op diezelfde oudere netten.
3 × 400 V + N 3 fasen + nulgeleider 4P Nieuwbouw en woningen met zware verbruikers zoals een warmtepomp of laadpaal.
Let op met blauw: op een 3 × 230 V-net is er geen nulgeleider. Daar kan ook de blauwe draad een fase zijn en onder spanning staan.

Waarom die aarding op het plan hoort

Alle metalen behuizingen en de groen-gele beschermingsgeleiders zijn met de aarding verbonden. Raakt er ergens een draad onder spanning met een metalen kast, dan vloeit de stroom weg naar de aarde in plaats van door wie de kast aanraakt. De keurder meet daarom de spreidingsweerstand van de aarding. Het AREI mikt op hoogstens 30 Ω en laat in een woning nooit 100 Ω of meer toe. Tussen 30 en 100 Ω gelden strengere regels voor de differentiëlen (les 5).

de aansluiting staat er al

  1. Een nieuw project begint met een kWh-meter, een hoofdschakelaar van 300 mA, een verdeelbord en een aarding. U hoeft ze niet zelf te tekenen.
  2. Klik op de hoofdschakelaar en kies bij Aantal polen het aantal polen van het toestel: meestal 2 voor een eenfasige aansluiting en 4 voor 3 × 400 V + N.
  3. Werkt u met een account, leg dan ook het stroomtype vast in het tabblad Project gegevens. Het komt onderaan elke afgedrukte pagina.
1draad met links de symbolenbibliotheek Componenten toevoegen en rechts een tekenblad met enkel de aansluiting: aarding, kWh-meter, hoofdschakelaar van 300 mA en een leeg verdeelbord.
Het vertrekpunt: de aansluiting en een leeg verdeelbord, met links de bibliotheek.
Handleiding: Stroomtype instellen → Handleiding: Een symbool wijzigen →

Automaten kiezen

Na deze les kiest u bij elke kring de juiste automaat en tekent u de eerste kringen op het bord.

Elke kring begint op het bord met een eigen beveiliging. Ze beschermt de leiding tegen een te grote stroom, want een draad die te veel stroom moet dragen, wordt warm en kan brand veroorzaken. Een te grote stroom ontstaat op twee manieren:

  • Overbelasting: er hangen te veel toestellen tegelijk op dezelfde kring. Denk aan een strijkijzer, een waterkoker en een straalkachel in dezelfde stekkerdoos.
  • Kortsluiting: de fase raakt rechtstreeks de nulgeleider of een andere fase, bijvoorbeeld wanneer iemand een nagel door een leiding in de muur slaat.

Daartegen beschermt een automaat of een zekering: beide schakelen de kring dan uit.

Automaat of zekering?

In de volksmond zijn het synoniemen. Veel mensen zeggen “de zekering is gesprongen”, ook als er een automaat in het bord zit. Zo gebruikt, is “zekering” elke beveiliging op het bord. Technisch zijn het twee verschillende toestellen:

  • Een zekering is een smeltveiligheid: er zit een draadje in dat doorsmelt bij te veel stroom, en daarna moet u ze vervangen. In de volksmond heet ze ook een “plomb”. U vindt ze nog in oudere woningen.
  • Een automaat (voluit automatische installatieschakelaar) schakelt zelf uit, en zet u na het oplossen van de oorzaak gewoon terug aan. In nieuwe installaties zit bijna altijd een automaat.

Beide beschermen de leiding tegen overbelasting en kortsluiting, maar ze zijn niet uitwisselbaar bij hetzelfde getal: op 2,5 mm² mag een automaat tot 20 A, een smeltveiligheid maar tot 16 A (zie de tabel hieronder). Zitten er in een oudere woning smeltveiligheden, dan tekent u die, want het plan toont wat er werkelijk zit.

Het opschrift

Naast elke automaat schrijft u zijn kenmerken. Bij (stopcontacten) van de voorbeeldwoning wordt dat 2P - C 20A met een kadertje 3000:

2Ptwee polen: beide draden (fase en nul) worden onderbroken
Cde uitschakelcurve; C is de gewone keuze in woningen
20Ade nominale stroom: zoveel mag er blijvend door de kring lopen; bij meer schakelt de automaat uit, sneller naarmate de stroom groter is
3000het onderbrekingsvermogen in ampère: de grootste kortsluitstroom die hij veilig onderbreekt

Waar vindt u dit op de automaat zelf?

Dezelfde gegevens staan op de voorkant van elke automaat in het bord, meestal net onder het merk. Zo kunt u het schema invullen door gewoon in het verdeelbord te kijken:

  • C20 (of “C 20”): de curve C en de nominale stroom van 20 A.
  • 3000 in een kadertje: het onderbrekingsvermogen in ampère. Dat neemt u over in het kadertje op het schema.
  • Het aantal polen staat er meestal niet als tekst op. Het aantal aansluitschroeven bovenaan is een eerste aanwijzing: twee bij een tweepolige, vier bij een vierpolige automaat. Kijk ook naar de markering en het kleine aansluitschema op het toestel. Zo onderscheidt u bijvoorbeeld een 2P van een 1P+N: die heeft ook twee klemmen, maar beveiligt alleen de fase. Een N bij een klem toont waar de nulgeleider komt.
  • De typecode van de fabrikant (zoals VYC32), de spanning (400V~) en het cijfertje onder het kadertje (de energiebegrenzingsklasse) hoeft u niet op het schema over te nemen.
Een tweepolige automaat met twee aansluitschroeven bovenaan. Omcirkeld onder het merk: de typecode, C20, 415V~, het kortsluitvermogen 3000 in een kadertje en daaronder een 3.
Tweepolig (2P): twee schroeven, C20 en 3000.
Een vierpolige automaat met vier aansluitschroeven bovenaan en een N bij de laatste pool. Omcirkeld onder het merk: de typecode, C 20, 400V~, het kortsluitvermogen 3000 in een kadertje en daaronder een 3.
Vierpolig (4P): vier schroeven, de laatste pool met N.

Dikkere draad, grotere automaat

Welke automaat u kiest, hangt af van de doorsnede van de leiding erachter. Een dunne draad verdraagt minder stroom, dus hoort er een kleinere beveiliging bij. De tabel geeft de bovengrens per doorsnede in een woning (AREI, tabel 4.11); een grotere automaat mag nooit. Of een combinatie echt geschikt is, hangt ook af van de belasting, de manier van plaatsen en de lengte van de leiding (spanningsval). Dat rekent de installateur na. Bij dezelfde doorsnede ligt de grens voor een smeltveiligheid lager dan voor een automaat.

Doorsnede Max. automaat Max. smeltveiligheid In de voorbeeldwoning
1,5 mm² 16 A 10 A Verlichting en : 16 A
2,5 mm² 20 A 16 A Stopcontacten, oven en toestellen: 20 A
4 mm² 25 A 20 A —
6 mm² 40 A 32 A Eenfasige kookplaat : 32 A
10 mm² 63 A 50 A Voeding van een bord of een grote verbruiker

de eerste kringen op het bord

  1. Klik in de groep Leidingen, automaten en differentieel op Automaat met leiding. De invoegmodus gaat aan.
  2. Op het tekenblad verschijnen blauwe invoegpunten. Klik op het verdeelbord om de kring toe te voegen. Teken zo de kookplaat en de oven, de twee kringen die rechtstreeks op het hoofdbord komen. Met Escape stopt u. De kringen achter de 30 mA volgen in les 5.
  3. Klik op een automaat en vul in het paneel links Aantal polen, Stroomsterkte, Curve en Kortsluitstroom in. Het opschrift naast het symbool past zich meteen aan.
  4. Zit er een smeltveiligheid in het bord? Kies dan bij Type Zekering in plaats van Automaat.
Het tekenblad in invoegmodus: blauwe invoegpunten op de kringen en op de rails, met onderaan de melding Klik op een invoegpunt om het symbool op die positie in te voegen.
In invoegmodus tonen blauwe rondjes waar het symbool kan komen.
Het paneel Automaat van kring F: type Automaat, 2 polen, kortsluitstroom 3000, stroomsterkte 20 A, curve C.
Het paneel van de automaat van kring F. Elk veld wordt een stukje van het opschrift; het onderbrekingsvermogen heet hier Kortsluitstroom.
Handleiding: Een symbool toevoegen →

De differentiëlen van 30 mA

Na deze les weet u welke kringen achter een differentieel van 30 mA horen, wat daarover in 2023 veranderde, en tekent u elk differentieel met zijn eigen rail.

Een differentieelschakelaar (ook verliesstroomschakelaar of kortweg “differentieel”) vergelijkt de stroom die langs de fase vertrekt met de stroom die langs de nulgeleider terugkomt. Loopt er ergens stroom weg, bijvoorbeeld via een defecte wasmachine naar de aarde of door iemand die een draad aanraakt, dan komt er minder terug. Dat verschil heet de lekstroom. Wordt het te groot, dan schakelt het differentieel in een fractie van een seconde uit.

  • De hoofdschakelaar van 300 mA uit les 3 beschermt de hele woning, vooral tegen brand door lekstromen.
  • Een bijkomend differentieel van 30 mA is veel gevoeliger en beschermt mensen tegen een schok.

Welke kringen achter 30 mA? De regels sinds 1 juni 2023

Op 1 juni 2023 werden de regels in het AREI voor woningen strenger. Voor een nieuwe installatie geldt nu, als de spreidingsweerstand van de aarding hoogstens 30 Ω is:

  • Achter een differentieel van 30 mA: de badkamer, de wasmachine, de droogkast en de vaatwasser, en nu ook de verlichting en de stopcontacten die niet voor een vast toestel dienen.
  • Achter elk differentieel van 30 mA hoogstens acht kringen.
  • Vaste toestellen zoals de kookplaat, de oven, een koelkast of elektrische verwarming mogen rechtstreeks achter de 300 mA.
  • Ligt de spreidingsweerstand tussen 30 en 100 Ω, dan komen er minstens twee differentiëlen van 30 mA, met elk hoogstens zestien stopcontacten; een vast toestel telt daarbij als een stopcontact. De andere kringen komen dan achter een differentieel van hoogstens 100 mA. Dat uitzonderingsgeval werken we hier niet verder uit.

Op het schema staan het type en de kenmerken van elk differentieel. In een woning is minstens type A verplicht, en het differentieel aan het begin van de installatie heeft minstens 40 A.

De voorbeeldwoning volgt die regels. beschermt de verlichting en de stopcontacten (, en ), de wasmachine, de droogkast, de vaatwasser en de badkamer (H tot K). Eén differentieel voor alle zeven kringen zou ook mogen, maar met twee valt bij een lekstroom maar een deel van de woning uit. In een grotere woning verdeelt men de verlichting vaak over beide differentiëlen, zodat nooit alle lampen tegelijk uitvallen.

Op het schema staat elk differentieel op het hoofdbord, met daarachter een eigen rail. Alle kringen op die rail zijn door de 30 mA beschermd. Elke kring houdt wel haar eigen automaat: het differentieel let op lekstroom, de automaat op overbelasting en kortsluiting.

Differentieel C met Type A, 30 mA, 2P - 40A en daarachter een rail met de kringen D en E (verlichting) en F (stopcontacten); differentieel G met dezelfde waarden en daarachter een rail met de kringen H wasmachine, I droogkast, J vaatwasser en K badkamer.
De twee differentiëlen van 30 mA, elk met een eigen rail: C voor verlichting en stopcontacten, G voor wasgoed en badkamer.

Het opschrift

Bij beide differentiëlen van de voorbeeldwoning schrijft u Type A - Δ30mA, 3000 en 2P - 40A. Haal twee getallen niet door elkaar:

  • 40A is de stroom die het toestel blijvend mag dragen. Een differentieel beschermt zichzelf niet tegen overbelasting; kies hem daarom niet kleiner dan de beveiliging van de aansluiting, in de voorbeeldwoning 40 A.
  • Δ30mA is de lekstroom waarbij het uitschakelt. Op het toestel staat die vaak in ampère: IΔn 0,03 A is 30 mA, IΔn 0,3 A is 300 mA. Op het schema schrijft u milliampère.
  • Type A herkent ook de lekstromen van elektronische toestellen. In woningen is het verplicht; het oudere type AC is sinds 2023 ook in bestaande installaties niet meer toegelaten.

Zo staat het op het differentieel zelf

Kijk in het verdeelbord, dan vindt u alles wat u op het schema nodig hebt op de voorkant van het differentieel:

  • 40 A: de stroom die het toestel mag dragen.
  • IΔn 0,03 A of IΔn 0,3 A: de lekstroom, in ampère. Reken om naar milliampère: 0,03 A = 30 mA en 0,3 A = 300 mA.
  • A met een golfje in een kadertje: het type, hier type A.
  • T: de testknop. Druk erop zo vaak als de fabrikant aangeeft; het differentieel moet dan uitschakelen.
  • Het aantal polen: tel de aansluitklemmen bovenaan, net als bij een automaat. Twee klemmen (fase en N) is 2P, vier is 4P.
Een differentieelschakelaar van 30 mA. Omcirkeld: het opschrift 40 A / IΔn 0,03 A met de blauwe testknop T, en daaronder het aansluitschema met het symbool voor type A.
30 mA: “40 A / IΔn 0,03 A”, type A.
Een differentieelschakelaar van 300 mA. Omcirkeld: het opschrift 40 A / IΔn 0,3 A, de blauwe testknop T en het symbool voor type A.
300 mA: “40 A / IΔn 0,3 A”, type A.

Zo ziet een oudere installatie er vaak uit

Veel woningen zijn aangelegd vóór juni 2023. Daar hangen de verlichting en de stopcontacten vaak rechtstreeks achter de 300 mA, en is er maar één differentieel van 30 mA, voor de badkamer en het wasgoed. De regels van 2023 gelden in de eerste plaats voor nieuwe installaties. Voor bestaande installaties en voor kleinere wijzigingen of uitbreidingen aan bestaande kringen voorziet het AREI afwijkingen en overgangsregels. Enkele nieuwe regels gelden wel voor iedereen, zoals het verbod op type AC. Of uw installatie in orde is, beoordeelt de keurder.

Delen die zijn aangelegd vóór 1 oktober 1981 krijgen op het eendraadschema de vermelding “oude installatie”.

Tekent u een bestaande woning, teken dan wat er werkelijk zit, ook als het eruitziet zoals hieronder. Pas het plan nooit aan naar de regels: de keurder vergelijkt plan en installatie.

Een eendraadschema zoals het in oudere woningen vaak voorkomt: de kringen A tot E (verlichting, stopcontacten, kookplaat en oven) rechtstreeks op het hoofdbord achter de 300 mA, en één differentieel F van 30 mA met de kringen G tot J voor wasmachine, droogkast, vaatwasser en badkamer.
Een opbouw die u in oudere woningen vaak ziet: verlichting en stopcontacten (A tot C) rechtstreeks achter de 300 mA, en één differentieel van 30 mA (F) voor het wasgoed en de badkamer.

de differentiëlen en hun rails

  1. Kies in Leidingen, automaten en differentieel de Differentieelschakelaar type A 2-polig en klik op het hoofdbord.
  2. Voeg daarachter een Verdeelkast toe: dat is de rail voor de kringen achter de 30 mA. Met Automaat met verdeelkast zet u beide in één keer neer.
  3. Teken op die rail de kringen voor de verlichting en de stopcontacten, elk met een Automaat met leiding.
  4. Herhaal dat voor het tweede differentieel, met de kringen voor wasmachine, droogkast, vaatwasser en badkamer.
  5. Controleer in het paneel Verliesstroomsterkte (30 mA), Verliesstroomschakelaar type (A) en Stroomsterkte.

1draad geeft de takken met de differentiëlen zelf ook een letter, en , zodat u ze bij naam kunt noemen. Hun naam blijft leeg.

Het instellingenpaneel van het differentieel: verliesstroomsterkte 30 mA, type A, 2 polen, stroomsterkte 40 A.
De instellingen van differentieel C.

Leidingen en kringnamen

Na deze les schrijft u bij elke leiding de juiste code en geeft u elke kring een naam.

Boven elke automaat loopt de leiding naar de punten van de kring. Op het schema is dat één lijn met een code ernaast. Bij van de voorbeeldwoning is dat VOB Eca 3G2,5:

VOBhet type: losse draden, in een buis getrokken
Ecade brandklasse van de draad: hoe hij zich gedraagt bij brand
3het aantal geleiders
Ger zit een groen-gele beschermingsgeleider bij
2,5de doorsnede van elke geleider in mm²

Naast VOB komt u vaak XVB tegen: een kabel met een stevige buitenmantel, die ook zonder buis op of in een muur mag liggen. Onder de grond hoort hij in een buis; waar en hoe een kabel mag liggen, staat in de technische fiche van de fabrikant. Kies de doorsnede bij de automaat uit les 4: 1,5 mm² voor verlichting, 2,5 mm² voor stopcontacten en de meeste toestellen. De tekentjes op de lijn zeggen hoe de leiding geplaatst is. In 1draad betekenen de twee E-tekens “ingebouwd in de muur” en het rondje “in een buis”.

Ook de aftak- en verbindingsdozen horen op het schema. In 1draad vindt u ze in de groep Aftakpunten.

Labels: letter plus cijfer

Binnen een kring krijgt elk punt een volgnummer. Zo ontstaat een label zoals : kring F, punt 3. Dat label komt later ook op het situatieplan, en zo zijn beide plannen aan elkaar gekoppeld. Geef elke kring daarnaast een duidelijke naam, zoals “Verlichting verdieping”. Dat helpt de keurder, en later de bewoner bij een storing.

De kleuren van de geleiders

Kleuren tekent u niet op het schema, maar u moet ze kennen om het schema met de installatie te vergelijken:

Geleider Kleur Functie
Beschermingsgeleider (PE) geel-groen verbindt metalen delen met de aarding; nooit voor iets anders gebruiken
Nulgeleider (N) blauw de terugweg van de stroom
Fase (L) bruin, zwart of grijs de geleider die onder spanning staat
Vertrouw niet op de kleur alleen. In oudere installaties ziet u nog andere kleuren, en op een 3 × 230 V-net kan ook een blauwe draad een fase zijn (les 3).

leiding invullen en kring benoemen

  1. Klik op de lijn boven een automaat. In het paneel Draad kiest u Draadtype, Brandklasse, Aantal geleiders, Plaatsing en Doorsnede, en vinkt u Beschermingsgeleider aan. De code naast de lijn schrijft 1draad zelf.
  2. Onderaan het paneel, bij Kring, vult u de Naam kring in.
  3. De letters en volgnummers deelt 1draad automatisch uit. Met Kringnamen en Subkringnamen bovenaan het tekenblad toont of verbergt u de namen.
Het instellingenpaneel Draad van kring F: draadtype VOB, brandklasse Eca, 3 geleiders, plaatsing in muur, doorsnede 2,5 mm², in buis en beschermingsgeleider aangevinkt.
Samen vormen deze velden “VOB Eca 3G2,5”.
Handleiding: Automatische nummering → Handleiding: Kringen en subkringen →

Verlichting en schakelaars

Na deze les kiest u de juiste schakelaar voor één, twee of drie bedieningsplaatsen en tekent u de verlichtingskringen.

Een lichtpunt is een kruisje. Een schakelaar is een rondje met een schuin armpje. De vorm van dat armpje zegt welk soort schakelaar het is. Welke u kiest, hangt af van hoeveel plaatsen het licht bediend moet worden:

Schakelaar Symbool Wanneer kiest u hem?
Enkelpolig Symbool enkelpolige schakelaar: één schuin armpje Eén lamp of lampgroep, bediend vanaf één plaats. De schakelaar onderbreekt alleen de fase.
Dubbelpolig Symbool dubbelpolige schakelaar: één armpje met een extra dwarsstreepje Onderbreekt fase én nulgeleider. Een goede keuze in vochtige ruimten zoals de badkamer.
Wisselschakelaar Symbool wisselschakelaar: armpjes aan beide kanten van het rondje Altijd per twee: één lamp bedienen vanaf twee plaatsen, zoals boven en onder aan een trap.
Kruisschakelaar Symbool kruisschakelaar: vier armpjes, als een kruis Tussen twee wisselschakelaars, voor drie of meer plaatsen. Elke extra plaats is één kruisschakelaar extra.
Vuistregel: bij een klassieke schakeling met twee of meer bedieningsplaatsen zijn de eerste en de laatste schakelaar wisselschakelaars. Alles daartussen is een kruisschakelaar. Vier plaatsen geeft dus wissel – kruis – kruis – wissel.
Veel bedieningsplaatsen? Dan kiest men vaak drukknoppen met een impulsschakelaar (teleruptor) in het bord: elke druk op een knop zet het licht aan of uit, hoeveel knoppen er ook zijn. In 1draad vindt u die in de groep Schakelaars, drukknoppen en relais.

De verlichting van de voorbeeldwoning

  • , woonkamer: twee lampen die altijd samen branden, met één enkelpolige schakelaar. U tekent één kruisje met “x2”.
  • , trap: een wisselschakelaar beneden en een boven, met één lamp.
  • , slaapkamer: bediening aan de deur en aan beide kanten van het bed, dus wissel – kruis – wissel.
  • , gang: een enkelpolige schakelaar.

Elke lamp met haar schakelaars is één punt op de kring. Twee lampen die u apart wilt bedienen, worden twee punten.

De kringen D en E. Kring D: punt 1 een enkelpolige schakelaar met twee lampen, punt 2 twee wisselschakelaars met een lamp. Kring E: punt 1 wissel, kruis en wissel met een lamp, punt 2 een enkelpolige schakelaar met een lamp.
Zo ziet het eruit als kring D en E getekend zijn.

schakelaar en lamp in één keer

  1. Open de groep Lichtpunten, spots en Led met het pijltje naast het aantal varianten.
  2. Kies de combinatie die bij het punt past: Schakelaar + licht, 2-polige schakelaar + licht, 2x Schakelaar + licht (twee wissels) of 3x Schakelaar + licht (wissel, kruis, wissel).
  3. Klik op een invoegpunt van de leiding. Voor twee lampen op één schakelaar zet u bij het lichtpunt het aantal op 2.
  4. Een schakelaar achteraf veranderen? Klik erop en vink Wisselschakelaar of Kruisschakelaar aan, of zet Aantal polen op 2.
Het venster Lichtpunten, spots en Led met varianten zoals Lichtpunt, Schakelaar + licht, 2-polige schakelaar + licht, 2x Schakelaar + licht en 3x Schakelaar + licht.
De varianten van Lichtpunten, spots en Led.
Het instellingenpaneel Schakelaar van de middelste schakelaar van E1: 1 pool, Kruisschakelaar aangevinkt.
De middelste schakelaar van E1 is een kruisschakelaar.
Alle symbolen opzoeken →

Stopcontacten en toestellen

Na deze les tekent u stopcontacten en vaste toestellen, en kiest u de leiding voor een kookplaat.

Een stopcontact is een halve boog met een streepje: het streepje is de aarding. Een dubbel stopcontact krijgt twee bogen naast elkaar, een driedubbel drie. Op tekent u vijf stopcontactgroepen: enkel op punt 1, 2 en 4, dubbel op punt 3 en 5.

Stopcontacten in een woning moeten kinderbescherming hebben: luikjes die de gaatjes afsluiten. Op het schema ziet u dat aan de korte streepjes aan beide uiteinden van de boog.

Vaste toestellen zijn vierkantjes met een eigen tekentje erin. is de kookplaat (vier kookzones), de oven. Elk toestel krijgt een eigen automaat en leiding.

Een klein “h” naast een symbool betekent dat het waterbestendig is. U gebruikt het in de badkamer: bij de lamp, de schakelaar en het stopcontact van . Die letter alleen maakt materiaal niet geschikt voor elke plek: in een badkamer bepalen de zones rond bad en douche welk materiaal waar mag en welke beschermingsgraad (IP) het nodig heeft.

is een gemengde kring: verlichting en een stopcontact samen. Omdat er een stopcontact op zit, gelden voor de hele kring de regels van een stopcontactkring: minstens 2,5 mm², en hoogstens acht punten. Een lichtpunt, of een groep lampen met één gemeenschappelijke schakelaar, telt daarbij als één stopcontact.

Kring F met vijf stopcontactgroepen genummerd 1 tot 5, waarvan 3 en 5 dubbel, met VOB Eca 3G2,5 en 2P - C 20A.
Kring F: stopcontacten.
Kring A, de kookplaat met VOB Eca 3G6 en 2P - C 32A, en kring B, de oven met VOB Eca 3G2,5 en 2P - C 20A.
Kring A (kookplaat) en B (oven).

De kookplaat: het toestel bepaalt de aansluiting

Een kookplaat vraagt veel vermogen. In de voorbeeldwoning, met een eenfasige aansluiting, kiezen we een leiding van 3G6 met een automaat van 32 A. Op een driefasige aansluiting kan een kookplaat haar vermogen over twee of drie fasen verdelen; dan zijn er meer geleiders nodig, maar volstaat vaak een dunnere draad. Hoe een kookplaat aangesloten wordt, staat in het aansluitschema van het toestel zelf; de installateur kiest daarop de leiding en de automaat. Op het schema neemt u over wat er werkelijk zit.

Laadpaal, zonnepanelen en warmtepomp

Ook nieuwe zware verbruikers krijgen elk een eigen kring met een eigen automaat. Bij een laadpaal hoort een differentieel dat ook gelijkstroomlekken opvangt: een type B, of een type A samen met een detectie van 6 mA gelijkstroom, die in veel laadpalen al zit. Volg daarvoor de handleiding van de laadpaal. Zonnepanelen komen via de omvormer op een eigen kring. In 1draad staan de laadpaal en de warmtepomp bij Toestellen, de omvormers bij Zonnepanelen en batterijen. Voor een thuisbatterij met noodstroom is er een aparte uitleg: een noodstroomkring tekenen.

stopcontacten en toestellen toevoegen

  1. Kies in de groep Stopcontacten een Stopcontact, 2 stopcontacten of 3 stopcontacten en klik op de leiding van de kring. Elk stopcontact dat u toevoegt, krijgt een eigen volgnummer.
  2. Kinderbescherming staat in het paneel standaard aan; laat dat zo in een woning. Vink Waterbestendig aan waar nodig.
  3. De oven, wasmachine, droogkast en vaatwasser staan in de groep Toestellen; de kookplaat heet daar Fornuis.

Alles wat u tekent, komt automatisch in de Materiaallijst. Handig om na te gaan of u niets vergeten bent.

Bekijk een materiaallijst → Handleiding: De materiaallijst →

Het situatieplan opstellen

Na deze les tekent u de plattegrond van elke verdieping en zet u elk punt uit het schema op de juiste plaats.

Het situatieplan is een plattegrond met per verdieping de symbolen uit het schema. Onder elk symbool staat zijn label. Dat label is de brug tussen beide plannen: op het schema is exact hetzelfde stopcontact als F3 op het situatieplan.

U stelt het situatieplan op in drie stappen:

  • De plattegrond. Teken per verdieping de muren, deuren en de trap. Het hoeft geen bouwplan te zijn: de kamers moeten herkenbaar zijn en de verhoudingen moeten kloppen.
  • De punten. Zet elk lichtpunt, elke schakelaar, elk stopcontact en elk toestel op de plaats waar het werkelijk zit.
  • Het verdeelbord. Duid ook aan waar het bord hangt.
Situatieplan van het gelijkvloers: woonkamer met lampen D1 en stopcontacten F1 tot F5, keuken met vaatwasser J1, kookplaat A1 en oven B1, inkom met trap en lamp D2, berging met wasmachine H1 en droogkast I1.
Het gelijkvloers van de voorbeeldwoning: elk symbool draagt het label uit het eendraadschema.

Eén label, meerdere plaatsen

Soms draagt meer dan één symbool hetzelfde label. Alles met hetzelfde label hoort bij hetzelfde punt. Neem , de trapverlichting: de lamp en een wisselschakelaar zet u beneden in de inkom, de tweede wisselschakelaar boven in de gang. Op de verdieping staat dus ook een D2, al zit die op de verlichtingskring van het gelijkvloers. In de slaapkamer zet u drie keer : aan de deur en aan beide kanten van het bed.

Situatieplan van de verdieping: slaapkamer met lamp E1 en drie schakelaars E1, badkamer met lamp en schakelaar K1 en stopcontact K2, gang met trap, schakelaar D2 en lamp en schakelaar E2.
De verdieping: drie schakelaars E1 in de slaapkamer en de tweede schakelaar van D2 boven aan de trap.

plattegrond tekenen en punten plaatsen

  1. Open het tabblad Situatieplan. Hernoem de eerste verdieping en voeg er met Nieuwe verdieping een toe.
  2. Teken de muren met Rechte muur, en voeg deuren, ramen en de trap toe met Deur, Raam en Interieur. Met Bord duidt u het verdeelbord aan, met Tekst de namen van de kamers. Hebt u al een plattegrond als afbeelding of PDF, dan kunt u die ook importeren met Afbeelding.
  3. Links, onder Plaats componenten, staan alle punten uit uw schema per kring. Klik op een symbool en daarna op de plattegrond om het te plaatsen. Met de R-toets draait u het.
  4. Filter op Niet geplaatst om te zien wat nog ontbreekt.

Werk gerust met beide plannen naast elkaar: klik in het eendraadschema rechtsboven op Situatieplan. Selecteert u aan de ene kant een symbool, dan licht het aan de andere kant mee op.

1draad in splitscherm: links het eendraadschema met de schakelaar van D1 geselecteerd, rechts het situatieplan van de woonkamer waarop dezelfde schakelaar oplicht.
Splitscherm: links is de schakelaar van D1 geselecteerd. Rechts licht hij mee op, met stippellijnen naar de twee lampen die hij bedient.
Handleiding: Het grondplan tekenen → Handleiding: Symbolen plaatsen → Handleiding: Een plattegrond importeren →

Controleren en afdrukken

Na deze les controleert u uw plan met een checklist en drukt u het af als PDF.

Voor u het plan aan de keurder geeft, loopt u het één keer volledig na. Deze checklist volgt dezelfde volgorde als de lessen:

De aansluiting

Meter, hoofdschakelaar met type, polen, stroom en Δ300mA, verdeelbord, aardingsonderbreker en aarding. De spanning en de stroomsoort, bijvoorbeeld 230 V wisselstroom.

Elke kring

Een letter, een duidelijke naam en een automaat met polen, curve en stroom die bij de leiding past.

De differentiëlen

Bij elk differentieel het type, de lekstroom en de stroom. Nieuwe installatie: verlichting, stopcontacten, badkamer en wasgoed achter 30 mA, hoogstens acht kringen per differentieel.

Elke leiding

Type, brandklasse, aantal geleiders en doorsnede, bijvoorbeeld VOB Eca 3G2,5. Geen enkele lijn zonder code.

Elk punt

Het juiste symbool voor elke schakelaar, lamp, elk stopcontact en toestel. Hoogstens acht stopcontacten per kring, met kinderbescherming. Ook de aftak- en verbindingsdozen.

Het situatieplan

Elke verdieping, het verdeelbord en elk punt met zijn label. Niets meer onder “Niet geplaatst”.

Het plan klopt met de woning

Een plan dat netjes getekend is maar niet overeenkomt met wat er in de muren zit, helpt niemand. Vergelijk daarom het schema met het verdeelbord zelf: elke automaat op het bord hoort op het schema, met dezelfde waarde. Dat geldt ook voor een oudere installatie die niet aan de regels van 2023 voldoet: het plan toont de installatie zoals ze is. Verandert er later iets aan de installatie, dan past u ook het plan aan.

nakijken en de PDF maken

  1. Kijk de kringen na in het tabblad Kringen en het materiaal in de Materiaallijst.
  2. De knop Niet geplaatst op situatieplan in het eendraadschema toont hoeveel punten nog niet op de plattegrond staan.
  3. Vul in het tabblad Project gegevens het adres van de installatie, de EAN-code, de installateur en het controleorganisme in. Ze komen onderaan elke pagina. Dat tabblad verschijnt zodra u met een account werkt.
  4. Open het afdrukscherm met het printericoon bovenaan. Kies A4 of A3, vink de onderdelen aan en klik op Exporteer PDF. Past het schema niet op één blad, dan verdeelt 1draad het over meerdere pagina's; een stippellijn op het tekenblad toont waar een pagina eindigt.
Het scherm Afdrukken / Exporteren met papierformaat A4 of A3, opties om het eendraadschema te verkleinen of staand af te drukken, en vinkjes voor eendraadschema, situatieplan, lijst van kringen, domotica en materiaallijst, met onderaan de knop Exporteer PDF.
Het afdrukscherm: kies wat er in de PDF komt.

Tekenen in 1draad is gratis. U betaalt pas wanneer u het plan zonder beperking wilt afdrukken.

Handleiding: Afdrukken en exporteren → Handleiding: Projectgegevens invullen →

Bonus: uw plan bij een storing

Een goed plan bewijst zijn nut pas echt wanneer er iets misloopt. Valt in de voorbeeldwoning automaat uit, dan leest u in het schema dat E de verlichting van de verdieping is, met de punten (slaapkamer) en (gang). Op het situatieplan ziet u meteen waar die zitten. Valt uit, dan vallen de wasmachine, de droogkast, de vaatwasser en de badkamer tegelijk weg. Dat wijst vaak op een lekstroom in een van die toestellen. Trek hun stekkers uit, zet G weer aan en steek ze een voor een terug in: valt G opnieuw uit, dan weet u welk toestel een installateur best eens nakijkt.

Let op: deze lessen leren u een eendraadschema en situatieplan opstellen die een installatie correct weergeven. De keuzes in de voorbeeldwoning volgen gangbare regels voor woningen. Voor een echte installatie blijft het AREI de maatstaf, en de keurder controleert of plan en installatie kloppen. Werken aan de installatie zelf laat u over aan een installateur.

Bronnen: het AREI, Boek 1 (installaties op laagspanning), uitgave 2026, gepubliceerd door de FOD Economie, en het overzicht van Volta van de wijzigingen op 1 juni 2023. Laatst nagekeken: oktober 2026.

Stel uw eerste eendraadschema op

Begin met de aansluiting, voeg kring per kring toe en zet daarna alles op het situatieplan. Gratis, in uw browser, zonder installatie.

Open een leeg tekenblad

Vragen over een eendraadschema opstellen

Wat is het verschil tussen een eendraadschema en een situatieplan?

Het eendraadschema toont hoe alles elektrisch verbonden is: beveiligingen, leidingen, schakelaars en verbruikers. Het situatieplan toont waar die onderdelen in de woning zitten. Samen vormen ze het plan van de installatie; labels zoals F3 verbinden ze met elkaar.

Waarom heet het een “eendraad”schema?

Omdat één lijn de volledige leiding voorstelt, ook al lopen er meerdere geleiders. Het aantal geleiders en hun doorsnede staan in een code naast de lijn, bijvoorbeeld 3G2,5.

Wanneer hebt u een eendraadschema nodig?

Bij elke keuring: vóór een nieuwe installatie in gebruik gaat, bij de verkoop van een woning en na een belangrijke uitbreiding of wijziging. De keurder legt het eendraadschema en het situatieplan naast de installatie. Daarna horen ze bij het elektrisch dossier van de woning.

Ik teken een bestaande woning. Moet mijn schema eruitzien zoals in de lessen?

Neen. De voorbeeldwoning volgt de regels voor een nieuwe installatie van na juni 2023. Een bestaande installatie ziet er vaak anders uit, bijvoorbeeld met de verlichting en de stopcontacten rechtstreeks achter de 300 mA. U tekent altijd wat er werkelijk zit. In les 5 ziet u hoe zo'n oudere installatie eruitziet.

Moet ik het plan dateren en ondertekenen?

Als eigenaar niet meer: sinds 1 juni 2023 hoeft de eigenaar de eendraadschema's en situatieplannen niet meer te dateren en te ondertekenen. Is de installatie bij de keuring conform, dan ondertekenen en dateren de verantwoordelijke van de uitvoering van het werk en het erkend organisme ze wel. Elk plan draagt bovendien een nummer, een versie en de datum van die versie. Bij een nieuwe installatie of een belangrijke wijziging staan ook de naam en hoedanigheid (en het btw-nummer) van wie het werk uitvoerde op de plannen, net als het adres van de installatie.

Hoe lang duurt het om een eendraadschema op te stellen?

Het tekenen zelf gaat snel: voor een gewone woning met een tiental kringen rekent u, eens u de lessen kent, op een paar uur voor het schema en het situatieplan. 1draad nummert de kringen en punten zelf en houdt beide plannen aan elkaar gekoppeld. In een bestaande woning kost het opsporen van de kringen vaak meer tijd dan het tekenen, zeker als er niets op het bord staat.

Ik ben student elektriciteit. Kan ik 1draad gratis gebruiken om te oefenen?

Ja. U kunt meteen tekenen in de browser, zonder account. Voor studenten en leerkrachten bestaat er bovendien een gratis studentenaccount. Schema’s uit een studentenaccount zijn wel niet bruikbaar als officieel AREI-plan.

Ik heb enkel een oud plan op papier. Moet ik helemaal opnieuw beginnen?

Neen. Met 1draad kunt u een foto of PDF van een bestaand eendraadschema inscannen. Het wordt omgezet naar een bewerkbaar schema dat u met deze lessen kunt nakijken en aanvullen.

Waar vind ik een symbool dat niet in deze lessen staat?

Op de pagina symbolen van het eendraadschema staan alle symbolen die u in 1draad kunt tekenen, met hun betekenis. Voor een thuisbatterij of omvormer met back-upuitgang is er een aparte uitleg: een noodstroomkring tekenen.

Mag ik na deze lessen zelf aan mijn installatie werken?

Deze lessen leren u het plan opstellen, niet de installatie aanleggen of aanpassen. Werken aan de installatie moet voldoen aan het AREI en wordt bij de keuring gecontroleerd. Laat dat werk over aan een installateur.